De Sigarenwinkel

Ik bewaar dierbare herinneringen aan de sigarenwinkel van De Graaff, een prachtige winkel in de Heulstraat, in het hartje van Den Haag. Als 16-, 17-jarig jongetje ging ik af en toe op zaterdagochtend met mijn vader de stad in, en vaak was het enige doel de sigarenwinkel.  Bij De Graaff kon je geen sigaretten kopen. Ook waren er geen tijdschriften of kranten, geen kauwgum of chocoladerepen, geen frisdranken uit een koelkast. De heer De Graaff verkocht alleen sigaren, pijpen en pijptabak.

Mijn vader was fervent pijproker, en ging zich nogal eens te buiten aan het aanschaffen van weer een pijp, al had hij er al meer dan 40 thuis staan. Hij kocht ook blikken-vol tabak van een gerenommeerd, duur merk, waar hij met volle teugen van kon genieten. Ik rookte sigaretten.

Op zaterdagochtend was het altijd druk in de winkel, en toch had de heer De Graaff iedere keer weer een momentje om juist binnengelopen klanten, of potentiële klanten, te begroeten. Onberispelijk gekleed, in driedelig pak en vlinderdas, kwam hij met uitgestoken hand op ons af, en vroeg wat er van onze dienst was. Ik kocht er ooit mijn eerste pijp, voor zo’n 10-15 gulden; voor mij een heel bedrag toen. Dat doet niet af aan het feit dat mijn vader regelmatig tien keer zoveel besteedde aan een enkele pijp. Toen ik meneer De Graaff eens vroeg of je dat verschil er nou vanaf rookte, zei hij heel diplomatiek: “Ach, meneer – hij noemde mij meneer! -, ik heb klanten die pijpen van 1000 gulden kopen, en zij zijn er heel blij mee”. Een wijze les die ik nooit vergeten ben.

Onlangs was ik weer in Den Haag. Mijn pijp-rook carrière is van korte duur geweest, en ook met sigaretten roken ben ik lang geleden gestopt. Maar ik was met een buitenlandse vriend, die nog echt kan genieten van goeie sigaren. Wat is nou mooier dan hem, naast de Hofvijver en het Binnenhof, ook een echte Hollandse sigarenwinkel te laten zien? Een winkel die niet alleen mijn vader en mij, maar ook Prins Bernhard en Winston Churchill nog tot z’n clientèle gerekend heeft?

Op donderdag aan het eind van de middag is de winkel leeg, op de winkelier na, die achter de toonbank de krant zit te lezen. Op mijn vriendelijke “goedemiddag” bromt hij iets onverstaanbaars terug. Mijn vriend en ik bewonderen de schappen, en de vele sigaren in verschillende vormen en maten. De winkelier – zou het de zoon van de ouwe heer De Graaff zijn? – kijkt niet op of om, blijft stoïcijns de krant lezen. Zelfs na vijf minuten maakt hij nog geen aanstalten zijn potentiele klanten te woord te staan, hij slaat slechts de pagina om.

We zijn maar weer weggegaan, bang de winkelier verder te storen. In de Passage zit een winkeltje met souvenirs, en die verkopen ook rookwaar. De twee verkopers zijn net zo enthousiast over houten klompjes als over Hollandse sigaren, waarvan ze een mooie collectie hebben. Iets kleiner inmiddels, nadat mijn vriend flink heeft ingeslagen.

Mijn vader zou zich in zijn graf omgedraaid hebben. En zo zou de ouwe heer De Graaff.

Advertisements

De Wijnwebwinkel

 

Onder mijn huis heb ik een bescheiden keldertje, waar ik inmiddels een bescheiden wijn verzameling heb opgeslagen. Ik hou wel van een wijntje, maar ik ben Hollander genoeg om koopjes af te wachten, en met een kelder werkt dat prima, want je kunt je slag slaan bij een goede aanbieding, zonder dan meteen de hele keuken of eetkamer vol te moeten stouwen met flessen.

Eén van mijn favoriete wijn leveranciers is wijnvoordeel.nl, een webwinkel met een hele rits van wijnen, waarvan sommigen er niet erg veelbelovend uit zien, maar anderen juist heel aantrekkelijk klinken, en ook uitstekend smaken – dat alles natuurlijk binnen een redelijke prijs/kwaliteitsverhouding.

Ik ben een vrij goede klant van wijnvoordeel.nl. Toch schijnen ze het nodig te blijven vinden mij te bombarderen met hun marketing campagnes, soms tot wel twee of drie emails per dag, met wéér een héél speciale aanbieding, die ik toch vooral onmiddellijk moet kopen, omdat de voorraad zéér beperkt is en ze verwachten dat het storm zal lopen – om vervolgens nog dagen lang herhaald te worden, met hetzelfde dreigement dat het nú écht bijna op is. En daarbovenop ook nog eens regelmatig flyers in de brievenbus, in geval ik de emails niet lees. Ook schattig: vele van die emails en flyers zijn ondertekend door René en Harriet, die claimen de oprichters te zijn, en je zo ongeveer willen laten geloven dat ze hun enthousiaste business nog steeds heel kleinschalig vanuit hun garage runnen. Niettegenstaande het feit dat de site wijnvoordeel.nl door heel Europa voorkomt (weinvorteil.de, bourseduvin.be, vinovyhodne.cz, etc.) en de eigenaars van wijnvoordeel.nl bijvoorbeeld ook eigenaar zijn van wijnbeurs.nl, en verschillende andere webshops voor kranten en tijdschriften verzorgen – alles tesamen dus een vrij groot concern (volgens een ander internetforum komt één op de vier glazen wijn die in Nederland gedronken worden van wijnvoordeel.nl of geassocieerde site).

De prijs/kwaliteit verhouding van wijnvoordeel.nl wordt regelmatig positief beïnvloed door scherpe aanbiedingen – al is er volgens verschillende internetfora wel het één en ander af te dingen op die aanbiedingen: de oorspronkelijke prijs is namelijk niet of nauwelijks te verifiëren, omdat vaak niemand anders die wijn verkoopt. Dus de truc met wijnvoordeel.nl is om uit te vinden of de aanbiedingen inderdaad aantrekkelijk zijn, of dat er maar wat met prijzen en een huiswijntje gesjoemeld wordt. Ik zoek dan ook regelmatig op internet naar de wijnen van wijnvoordeel, helaas niet zelden zonder veel succes.

Onlangs kwam er weer eentje voorbij, ik citeer “een authentieke topwijn uit de Bourgogne…., de statige Madame Veuve Point uit de Hautes Cotes de Nuit”.“De familie Point is al sinds eind 18de eeuw eigenaar van een prachtig stukje landgoed, gelegen in het hart van Pouilly Fuissé met schitterende wijngaarden. In 1904 besloot Madame Veuve Point deel te nemen aan St. Louis World’s Fair (USA). Hoewel ze een grote reis per boot moest afleggen, was dit wel dé grote kans om hun schitterende authentieke Bourgognewijnen te presenteren aan de wereld.” En: “Hierdoor kwamen enthousiaste kopers uit de hele wereld naar het schitterende landgoed van de familie. Vandaag de dag zorgt haar kleindochter voor het landgoed en de wijnen.”

Eens even googlen. Hmmm. De enige sites die deze wijn hebben zijn de zustersites van wijnvoordeel.nl, en allen hebben alleen maar de 2014 jaargang, niets ouders. Ook niet bij gewone slijters die niets met wijnvoordeel.nl te maken hebben. Toch maar eens even informeren dan, bij wijnvoordeel.nl. Waarom ik die wijn niet op internet kan vinden. Ook maar meteen vragen hoe het komt dat kleindochter Point een stukje land heeft in de Pouilly Fusé, in het uiterste zuiden van de Bourgogne, terwijl de wijn uit de Cotes de Nuit komt, in het uiterste noorden. Ahh!! Dat van de locatie van de wijngaarden, daar kwam een heel vaag verhaal over, maar dat van die website, dat komt omdat het gaat “om een klein, ouderwets bedrijf wat ervoor kiest geen internetsite te onderhouden, maar alle aandacht op de wijn te richten. Daarom zijn ze moeilijk te vinden.” Natuurlijk! Dat ik daar niet eerder aan had gedacht! Of ik dan in ieder geval een adres mocht hebben, om ze eens te bezoeken als ik in de Bourgogne ben. Hmmm. Ik krijg wel een adres, wat verder niet te verifiëren is, maar “Het wijnhuis staat helaas niet open voor bezoekers. Ze zijn er niet op ingericht, maar willen ook geen bezoekers ontvangen. Men wil of kan hier niet de tijd voor vrijmaken.” Hoewel de meeste wijnboeren in de Bourgogne wel degelijk aan huis verkopen, en het vaak juist leuk vinden kopers te ontvangen; wij hebben daar goeie ervaringen mee.

Madame Veuve Point (1)Wijnvoordeel.nl besloot wijselijk niet verder in te gaan op mijn suggestie dat, als de vrouw in de afbeelding bij de advertentie van de wijn inderdaad mevrouw Point was ten tijde van de Wereldtentoonstelling van St Louis, een struise dame van zeker boven de 30, misschien wel 40, die inmiddels weduwe was geworden – vanwaar anders de naam? – en dus al een kind moet hebben gebaard, een kind dat in dat geval in 1904 wellicht 5 of 10 jaar oud was, de kleindochter van mevrouw Point dus ergens tussen 1920-1930 geboren moet zijn, en dus nu ergens tussen de 85 en 95 jaar oud is: niet een leeftijd waarop je nog snel even een website ontwikkelt, zeker niet als je ook nog een wijnhuis moet runnen.

Anyhow, conclusie: lariekoek, Madame Veuve Point bestaat niet, noch haar kleindochter, noch haar fameuze wijnhuis, dat niet bezocht wil worden. Toch maar niet proberen, deze aanbieding; heeft te veel weg van een eigen labeltje, geplakt op een druivensapje van onduidelijke afkomst. Maar, eerlijk is eerlijk, wijnvoordeel.nl bood me wel aan een afspraak met één van hun andere wijnleveranciers in de Bourgogne te maken, om te bezoeken. Zo zijn ze dan ook wel weer, flexibel en sportief.

Ik blijf gewoon klant, hoor.

De Mediamarkt (2)

2015-10-26 12.00.37 (640x480)

Hoewel mijn computeraankoop niet succesvol was, had mijn vrouw wel iets gekocht, in de Mediamarkt, en dat moest natuurlijk nog even afgerekend worden. Bij de kassa stonden vijf medewerkers, waarvan vier met hun armen over elkaar. Eén van de kassa’s was bezet, de anderen niet, dus ik loop daarnaar toe. Eén van de armen over elkaar doet haar armen van elkaar, en wijst naar de enige kassa waar mensen voor staan te wachten. Niet veel, maar toch een kleine rij, genoeg om het initiatief te nemen een tweede kassa te openen. Dat suggereren liep op niets uit, ik had dat mooi verkeerd begrepen, alleen die andere kassa is open. Armen weer over elkaar.

En toen maakte ik een cruciale fout! Ik vond het gezicht van die vier mensen met hun armen over elkaar zo mooi, dat ik er een foto van wilde maken. Dus ik haal mijn telefoon te voorschijn, en richt op de vier. Twee schieten onmiddelijk weg, alsof ik een Kalashnikov in mijn hand heb, één draait zich schielijk om, om niet herkend te worden, alleen de vierde is te traag – kreeg z’n enkels niet snel genoeg van elkaar, denk ik. Maar hij grijpt wel direct naar z’n telefoon, en belt op luide toon ‘security’.

Ik sta nog een poosje te wachten, want die rij bij de kassa is best lang, tot ik enigszins ruw op mijn schouder getikt wordt. Iets te ruw, eigenlijk, het heeft meer iets weg van een duw, van iemand die meteen zijn aanwezigheid even wil benadrukken. “Is er een probleem hier?”, vraagt een grote, maar nog vrij jonge man met oortje. Daar is ‘security’! Hij heeft er weliswaar even over gedaan om te arriveren – als er hier iemand echt met een Kalashnikov gestaan had, had hij niemand meer kunnen redden, dat is wel zeker – , maar nu is hij er toch, vastberaden om de dreigende situatie zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Ik vertel hem dat ik van geen probleem weet, maar zo makkelijk kom ik er niet vanaf. “Jij staat toch foto’s te maken, of niet soms?” Ho, ho, vanwaar die spontane benadering, U hebt het wel tegen iemand twee keer Uw leeftijd, zo niet meer, tutoyeren is vrij ongepast in deze situatie, meneer. Beetje respect zou wel op z’n plaats zijn. “Je mag hier helemaal geen foto’s maken” – mijn opmerking over respect, omgangsvormen enzo, wordt volledig genegeerd. Zo, en waarom mag dat dan wel niet? “Nou, dat zijn de huisregels”. Er waar staat dat dan wel? “Dat zijn de huisregels!”Juist ja, ik had ook geen ander niveau van communiceren hoeven te verwachten, natuurlijk. Ik leg uit dat ik alleen maar een foto heb willen maken om mijn klachtenbrief, die ik van plan ben te schrijven, te illustreren. Nu mengt armen over elkaar zich ook in het gesprek, spontaan maar op hoge toon uitleggend dat hij van de service is, niet van de kassa. Ik had toch even kunnen vragen waarom zij gewoon met hun handen over elkaar stonden. Dan neemt ‘security’ het weer over. Of ik even mee wil komen. Nee, dat wil ik niet. Oh. Nou ja, dan niet. Maar dan moet ik nog wel even die foto wil deleten, en dat moet hij dan wel controleren. ‘Tuurlijk, joh. Ik delete een willekeurige foto, ook wel wetend dat al mijn foto’s inmiddels al lang en breed in de cloud zijn opgeslagen.

Maar ja, dat weten ze bij de electronica winkel kennelijk nog niet.

De Mediamarkt (1)

Je kent ze wel, de grote electronica winkels, ketens die alles voor de goedkoopst mogelijke prijs aanbieden, maar daardoor zo op service moeten bezuinigen dat er geen enkele verkoper met kennis van zaken meer rondloopt. Dan kun je tenslotte net zo goed direct van het internet kopen. Maar goed, ik ben nog wat ouderwets, vind het fijn om het aan te schaffen product toch even in mijn handen gehad te hebben voordat ik bergen geld overhandig – nou ja, in de vorm van een plastic kaartje dan -, dus ik ga nog wel eens naar een echte winkel.

En nu heb ik een nieuwe computer nodig. Eerst even op internet wat vergelijkend onderzoek gedaan, om de keus tussen al die honderden desktops terug te brengen naar een overzichtelijk aantal (ik had gezegd dat ik ouderwets was, hé, dus voor mij gewoon een desktop, groot scherm, los toetsenbord, vind ik veel plezieriger dan een laptop). Keus gemaakt. En dan naar de winkel, om eens te kijken hoe dat er nu echt uitziet, en met een beetje geluk een exemplaar mee naar huis te nemen. Je moet de middenstand toch een beetje ondersteunen, nietwaar?

Het toeval wil dat er in de buurt net een nieuwe Mediamarkt geopend is. Mijn vrouw had ook iets electronisch nodig, dus eerst maar even met haar mee, en zowaar een vriendelijke, redelijk ter zaken kundige medewerker gesproken.  Toen ik hem vervolgens vroeg mij ook even met de computers te helpen, omdat ik mijn op internet gevonden model niet in de zaak kon vinden, bracht hij me naar een collega die er meer vanaf wist. “Wil jij meneer even helpen met het vinden van een vergelijkbare computer? Zijn eerste keus hebben we, geloof ik, niet”. Kijk, dat gaat de goede kant op, er zijn zowaar specialisten aan het werk als verkopers bij de Mediamarkt. Ik laat de specialist mijn papiertje zien, met merk, model en specificaties van mijn gewenste computer. “15 inch of 17 inch, meneer?”. Ja, maar U bent toch de specialist, dit zijn de specificaties van een desktop, niet een laptop. “Maar wilt U nou een laptop of een desktop, meneer?” Ik kijk hem stomverbaasd aan: ik heb toch mijn huiswerk gedaan, en de eerste beslissing daar, laptop of desktop, heb ik al lang geleden genomen, dat staat toch op dat papiertje? Misschien is het begrip ‘specialist’ toch iets rekbaarder dan ik had verwacht. Ik pak mijn papiertje terug, en zeg hem dat dit een desktop is, dat weet hij toch wel? “Nou, ik vraag het alleen maar, meneer. Dan zoekt U het verder zelf maar uit, hoor!” Ik kijk hem zo mogelijk nog stomverbaasder aan. Dus dit is de verkoper anno 2015. Dit zijn de mensen die het business model van de fysieke winkel overeind moeten houden. Dit zijn de mensen waarmee we gezamenlijk weer uit de economische crisis moeten geraken. Dit zijn de mensen die klagen als ze hun baan verliezen omdat die nieuwe Mediamarkt het naar alle waarschijnlijkheid niet gaat redden, met dit soort mensen.

Afijn, ik vind die computer wel ergens anders. Misschien koop ik hem toch wel direct van het internet. Wie koopt er nou nog in een echte winkel, dat is zo ouderwets.

De Vogelvoeder-gekte

2015-08-10 15.21.36 (640x289)

Wie kent ze niet, de vogelhuisjes? Leuk om in de tuin te hangen, de vogeltjes een beetje te helpen, en ze tegelijkertijd naar onze eigen tuin te lokken – tenslotte doen we het niet voor niets! En in de winter, als er niet veel te eten is, hangen we er nog een draadje met aanneengeregen pindas in de schil bij, voor die enkeling die niet naar het zuiden vertrokken is om te overwinteren. Zo ging dat vroeger.

Nou, daar kom je er niet meer mee, tegenwoordig. De tuincentra van Nederland liggen vol met, heus, een assortiment vogelvoedsel waar een supermarkt trots op zou zijn. Natuurlijk, vogels eten wormen, dus een zakje gedroogde meelwormen, dat spreekt voor zich. En ook populair, vogel-cake, een netje met een drie aardappel look-a-likes die er niet al te smakelijk uitzien, hoewel vogels daar mogelijk anders over denken. Maar de oeroude pindas in de schil, die vind je niet in de schappen.  In plaats daarvan, pindakaas. Pindakaas? Ja niet zomaar pindakaas, speciale vogel-pindakaas, zul je bedoelen. En net als in de supermarkt zijn er verschillende smaken, te beginnen met de ‘original’ (originele vogel-pindakaas? Echt?). Maar dat is niet genoeg, natuurlijk, er is ook vogel-pindakaas met nootjes, en pindakaas met bosvruchten. Zouden die vogels echt het verschil proeven? Zou je drie soorten pindakaas op een bordje doen, en zien welke er het eerste op is?

Om het analoog met de mensen wereld nog wat verder door te trekken, is er ook vogeljam – echt, in de smaken bramen en appel! – en geloof het of niet, vogel-hagelslag (hagelslag, dat is dat spul dat Nederlanders op hun brood eten, en de rest van de wereld als taart decoratie gebruikt – vogel-hagelslag zal dan ook wel alleen voor Nederlandse vogels zijn).

Dat vogelhuisje, dat zetten wij vroeger zelf in elkaar, een aardige opdracht bij de handenarbeidles. No more. Diezelfde tuincentra staan vandaag de dag vol met vogelhuisjes in alle kleuren en maten, van hout, van kunststof, met metalen dakjes, met klapdeurtjes. Misschien doe ik de test nog wel eens, er tien ophangen en zien welke het populairst is. Maar dat doe ik dan voor dat ik het ultieme in vogelhuisjes installeer, de mussen-villa!

Zijn we nu helemaal gek geworden? Nee hoor, het kan nog gekker. Er zijn ook al vlinder-kastjes, en er zijn flesjes vlinder-nectar, zodat we de vlinders ook aan onze eigen tuin kunnen binden – die zouden wel gek zijn nog ergens anders heen te gaan! Oh, en er is ook een duo-vlinderkast, speciaal voor vlinders en sluipwespen.

Vogels, vlinders. Wanneer gaan we ook eens zoiets doen voor vluchtelingen?

De Oven

Onze oven was kapot. Tenminste, elke keer als we hem aanzetten, gaat het licht uit in huis. Kortsluiting, dat is wel duidelijk, maar is het inderdaad de oven, of is het misschien de aansluiting? Eerst onze lokale middenstander met een witgoedwinkel maar eens gebeld. Nog voordat ik had uitgelegd wat er nou precies aan de hand was, had mevrouw Jansen de conclusie al getrokken: “U zet de oven aan, en dan slaan snel daarna de stoppen in de meterkast door? Dan is het verwarmingselement van de oven kapot”.

De volgende ochtend kwam meneer Jansen langs om de oven mee te nemen en te repareren. En toen werd het een tijdje stil. Uiteindelijk, na vijf dagen, belt meneer Jansen, om te vertellen dat één van de verwarmingselementen van onze oven kapot is. Waarom hij vijf dagen nodig had voor iets dat zijn vrouw over de telefoon al had geconstateerd, blijft een raadsel. Wel meldt hij dat ook de andere twee verwarmingselementen het naar zijn mening niet lang meer zullen houden, dus die moeten eigenlijk ook maar meteen vervangen worden. Drie keer €50,-, plus zo’n €100,- arbeidsloon, komt al gauw op €250,-. Als hij de elementen nog kan vinden, en dat is lang niet zeker.

Dan maar eens even op internet kijken wat een nieuwe inbouw oven kost. Een eenvoudige Bosch – toch een gerenomeerd merk – gaat voor €325,-, de volgende dag gratis thuis bezorgd. Maar zo eenvoudig is keuze maken niet. Beslist.nl heeft 1181 verschillende ovens en fornuizen, kieskeurig.nl ‘slechts’ 957. Nu hebben we al een nis, dus dat bepaalt de grootte, en reduceert de keuze tot zo’n 450 ovens. In prijs varierend van €325,-  (onze Bosch)  tot dik in de €2500,-. Vanwaar die enorme prijs verschillen?

Toch maar eens naar de winkel van meneer en mevrouw Jansen. Wij steunen de lokale middenstand, tenminste, tot op zekere hoogte – als mevrouw Jansen onze keuze kan leveren, voor een paar tientjes meer dan de beste internet aanbieding, wil ik haar onze business best gunnen. Eerst maar eens over dat prijsverschil. “Ah, die dure ovens, die hebben een aantal speciale automatische functies, bijvoorbeeld voor taartbakken, hoef je alleen maar op ‘taartbakken’ te zetten, en de oven doet de rest”. Zo’n 45 minuten op 175o zetten doet hetzelfde, natuurlijk, maar niet iedereen weet dat. En wat doe je als het recept net wat anders voorschrijft dan de standaard functie van de oven? Wint de oven, daar heb je tenslotte zo veel extra voor betaald, of wint het recept, daar heb je tenslotte een recept voor, nietwaar? Dilemas, dilemas. Doe mij maar een eenvoudige oven. “Oh, en als U een oven en magnetron in één wilt, ja, dan komt er zo al €1000,- bij”. Doe mij maar een oven zonder magnetron.

Dus ik vraag mevrouw Jansen of ze dat model – laten we het model A noemen –, of ze dat model kan leveren dat wij op internet gezien hebben, en wat dat dan moet kosten. Nee, dat kan ze niet leveren, die zijn uit de handel gehaald, trouwens, ze kan ook niet zien of daar wel een grill functie op zit. Verbazingwekkend, dit soort ovens worden toch standaard met grill geleverd? En op alle plaatjes en fotos staat dan ook het universele icoontje dat iedereen intuitief met een grill associeerd. Enfin, mevrouw Jansen kan wel een nieuwer model leveren – zeg, model B -, en dat komt dan op €530,-. 60% duurder dan onze internet keus, en significant meer dan die paar tientjes. Maar dan wordt ‘ie wel helemaal geinstalleerd. En wat is het verschil met model A? “Niets, ze zijn precies hetzelfde, meneer, alleen heeft model B verzonken knoppen. Nou ja, en dan dat van die grill dan hé, dan kan ik hier niet zien”. Wanneer? “Voor het eind van deze week”. Hmm, dat kan zo maar nog vijf dagen duren. En als we hem zelf installeren? Dat is tenslotte niet meer dan de stekker in het stopcontact doen, oven in de nis schuiven en twee schroefjes aandraaien. Het beste wat mevrouw Jansen kan aanbieden is €500,-. Nog steeds een heleboel meer dan die paar tientjes, en nog steeds vijf dagen later.

Nog maar eens op internet kijken. We kunnen voor model A kiezen uit 123keukenapperatuur.nl, keukenloods.nl, keukenwarenhuis.nl en verschillende keuken centra. Ook de grote ketens zoals Mediamarkt en BCC hebben de oven, allemaal voor €325,-. En allemaal met grill functie. Model B is €100,- duurder, de kosten voor de verzonken knoppen.

Dan maar via internet bestellen, onze liefde voor de lokale middenstand kent tenslotte grenzen. Gewoon model A. Volgende dag geleverd. Even pinnen bij de chauffeur. In vijf minuten uitgepakt en geinstalleerd. Je vraagt je af waarom de lokale middenstand het business model niet aanpast, zij kunnen toch ook bij keukenloods.nl bestellen, en dan met een opslag van een paar tientjes afleveren en installeren bij de klant? Hebben ze toch mooi weer een paar tientjes verdiend.

Mevrouw Jansen reageerde zuinig toen ik haar belde om te vertellen dat we toch maar een internet aankoop hadden gedaan. Ze zou dan wel nog even een rekeningetje maken voor het ophalen en onderzoeken van de oude oven, zei ze. Toch nog een paar tientjes verdiend.

’s Avonds voor het eerst de nieuwe oven geprobeerd. Wat krijgen we nou? Verzonken knoppen? Hebben ze bij keukenloods.nl zomaar model B geleverd!

De Krantenbezorging

Natuurlijk gaat er wel eens iets mis bij het kranten bezorgen. In het dorp waar ik woon is er, volgens mij, ‘s ochtends maar één krantenbezorger, die alle ochtendkranten rondbrengt, en als die de avond ervoor een feestje gehad heeft, dan moet je maar afwachten wat er in je bus valt. En dus krijg ik soms een andere krant dan mijn abonnement voorschrijft. Eén keer had ik Trouw, lastig als je daar niet aan gewend bent. En een keertje de Telegraaf, misschien wel de ultime belediging voor sociaal-denkende intellectuelen die stevast op de Volkskrant geabonneerd zijn – en waar ik ook een abonnement heb. Kwam die bezorger overigens wel een kwartiertje later omwisselen; hoe die wist dat hij bij mij een fout gemaakt had, en niet bij iemand anders, dat is me een raadsel, zo klein is het dorp nu ook weer niet, maar goed. Ik kan daar wel mee leven.

Maar sinds een paar maanden is er structureel iets fout. Soms krijg ik op zaterdagen mijn Volkskrant helemaal niet, soms ontbreekt het zaterdag supplement, of zit er het supplement van een andere krant bij (weer Trouw). De bezorgdienst van de krant bellen, dat heeft al lang geen zin meer, je kunt daar alleen nog tegen een computer aanpraten, maar gelukkig kun je wel, online, melden dat je krant niet aangekomen is.

Iedere keer als ik zo’n melding maak, op de VK website – waar je overigens alleen maar terecht kan als je ook over een digitaal abonnement beschikt – krijg ik binnen een minuut een automatisch gegenereerde email met excuses voor het ongemak. Toch heeft dat iets ongemeends, vind je niet? Tenslotte heeft de directeur lezersservice van de Volkskrant, wiens naam onder die email staat, er geen flauw benul van dat hij die zojuist gestuurd heeft, noch heeft ‘ie weet van het feit dat ik mijn krant niet gekregen heb. Hij gaat wel mijn klacht onder de aandacht van de distributieafdeling brengen, en, als klap op de vuurpijl, krijg ik op basis van mijn klacht toegang tot de digitale krant. Dat klinkt een beetje als een speciale tegemoetkoming, een geste van de Volkskrant, maar ik heb natuurlijk al lang toegang tot de digitale versie, daar betaal ik voor. En trouwens, anders had ik niet eens een klacht kunnen indienen!

Mijn hoop was echter gevestigd op de distributieafdeling, die tenslotte toch op mijn klacht geattendeerd was. Maar ja, in twee van de drie weken na mijn eerste zaterdag klacht ging het weer mis; iedere keer kreeg ik weer zo’n welgemeende “excuses” email, iedere keer werd mijn klacht weer onder de aandacht van de distruibutieafdeling gebracht, maar die wist er toch blijkbaar geen raad mee.

Iemand bellen bij de krant, dat lukt niet, en een email sturen, gek genoeg is daar ook geen faciliteit voor op de website. Dan maar een brief, om mijn zorgen nader uit te leggen. En warempel, binnen een paar dagen kreeg ik een, volgens mij eveneens automatisch gegenereerde, brief terug. Mijn klacht was nu toch echt onder de aandacht van de distributieafdeleing gebracht, en iemand zou mij na een dag of tien nog even bellen, ook, om te zien of alles opgelost was. En jawel, iemand belde, en jawel, alles was opgelost.

Tot vandaag, vier weken later. Weer geen zaterdagsupplement. Weer melding gemaakt op de website. Weer een “excuses” email, weer dat pseudo-genereuze aanbod om online verder te lezen. Weer een brief geschreven. Verwachtingspatroon met betrekking tot een oplossing naar beneden bijgesteld.

Wat zou er toch aan de hand zijn? Dit is geen vergissing meer, natuurlijk. Zo stom zijn krantenjongens niet. Iemand wil graag mijn zaterdag supplement lezen – het gebeurt alleen maar op zaterdag. De krantenjongen zelf? Of biedt iemand hem een extraatje voor het supplement? Mijn supplement. Hoeveel Volkskrantlezers zijn er eigenlijk in mijn dorp? Wordt de supplementendiefstal wel eerlijk geroteerd?

Eén ding is duidelijk: de Volkskrant, die illustere distributieafdeling die iedere keer weer op mijn klacht attent wordt gemaakt, die gaat dit niet oplossen. Ze hebben niet het overwicht op hun bezorgers dat je zou mogen verwachten, niet de stok achter de deur; als ze de krantenjongen al hierop hebben aangesproken, lacht hij ze hartelijk uit. Misschien is hij wel de enige krantenjongen die nog over is in mijn dorp, de enige idioot die nog bereid is voor een habbekrats voor dag en dauw kranten te bezorgen. En voelt hij zich dus vrij onaantastbaar in zijn positie.

En misschien is dat wel de nieuwe realiteit. Misschien moet ik eens met de krantenjongen praten, en hem een extraatje aanbieden om mijn zaterdag supplement gewoon te laten zitten.

Trouwens, binnenkort dient zich de ideale gelegenheid aan. Hij zal vast één dezer dagen met Kerst- en Nieuwjaarswensen langskomen, een fikse fooi verwachtend. Daar doe je het toch allemaal voor, als krantenjongen? Of is dat business model ook achterhaalt?